Het Openbaar ministerie (OM) eist een 17 jaar durende celstraf tegen een 60-jarige man uit Noordwijkerhout en 50-jarige man uit Zaltbommel. Zij worden verdacht van het doden en wegmaken van het lichaam van een 38-jarige Amsterdammer in 2002. Beide mannen ontkennen de aanklacht.

In 2016 is besloten om de zaak als een coldcase, een onopgeloste zaak, te behandelen. Er zijn undercoveragenten ingezet om een vertrouwensrelatie op te bouwen met de verdachten. In een gesprek met een undercoveragent heeft de 50-jarige Ad. K . verteld dat hij samen met de 60-jarige medeverdachte Fred T. een man met de naam ‘’Patrick’’ door het hoofd heeft geschoten en ze zijn lichaam door een shredder hebben gehaald. Dit had te maken met een diefstal van drugs (ripdeal). Van het gesprek zijn opnames gemaakt.

Ad. K trok zijn bekentenis later in en noemt het gesprek een ‘broodjeaapverhaal’. Er zou misbruik gemaakt zijn van zijn situatie, waarin hij verslaafd was en financieel in de knel zat. Het OM gaat hier niet in mee.

Op 2 januari 2002 kreeg het slachtoffer Patrick van Dillenburg een telefoontje. Hij zei tegen zijn vriendin dat hij even weg moest, maar keerde nooit meer terug naar zijn huis. Sindsdien heeft zijn familie niets meer van hem vernomen. Zijn lichaam is nooit gevonden. Het OM sluit zelfdoding, een ongeluk en natuurlijke dood uit.

De uitspraak is op 2 maart 2021